PKN
Hervormde Gemeente Haren-Onnen
 
Overdenking 29 maart 2020 Overdenking 29 maart 2020
Zondag Judica, 29 maart 2020        
door ds. Arlette Toornstra

Geliefde mensen van God, 

Het Johannesevangelie start de lijdensgeschiedenis met het verhaal  over de opwekking van Lazarus in het dorp Betanië, vlak bij Jeruzalem ( Joh 11). Lazarus is de broer van Marta en Maria. Het gaat om een huis waar hij graag kwam, en mensen met wie hij op vertrouwelijke voet omging. Maar op het moment dat ziekte en dood Lazarus treffen is Jezus op afstand, en kan hij niet snel bij hem zijn. Sterker nog: het lijkt er op dat hij absoluut geen haast maakt om bij zijn dierbaren te komen, pas na twee dagen is hij in de buurt. Het is de moeite waard het verhaal eens rustig door te lezen, de beschrijving roept een beeld op van een dorp in rep en roer. De leerlingen rondom Jezus maken zich vooral zorgen om de veiligheid van Jezus en van hen zelf. Aangekomen in het dorp treffen ze de gemeenschap daar in groot verdriet, want inmiddels is Lazarus gestorven. Marta loopt met haar ziel onder de arm Jezus tegemoet, en probeert in haar verdriet vast te houden aan haar geloofsvertrouwen. Bij het huis van de familie verzamelt zich een drom condoleancebezoekers - ongetwijfeld oprecht belangstellend en meelevend, maar ook - hoe herkenbaar! - gemotiveerd door een zekere nieuwsgierigheid. Ze lopen achter Maria aan Jezus tegemoet en ventileren hun betrokkenheid, maar ook hun boosheid.  Er is sprake van veel emoties: bezorgdheid, angst zelfs bij de leerlingen, maar ook van verdriet en verontwaardiging bij omstanders. Ook Jezus is ontroerd, hij huilt en maakt zich kwaad.  Het beeld van een gemeenschap in rep en roer omdat ziekte en dood hen treft is op dit moment voor velen van ons invoelbaar. Onze omstandigheden zijn onderling verschillend. Sommigen van ons zijn juist nu heel hard aan het werk in de zorg of andere ‘vitale beroepen’. Velen zijn thuis dicht bij elkaar - gezinsleden die op elkaar worden teruggeworpen, met de mooie, maar natuurlijk ook de lastige kanten daarvan. Anderen moeten juist afstand houden tot wie hen het meest dierbaar zijn - een partner, een ouder of een kind, en voelen de zorg, het piekeren, het verdriet van een gedwongen scheiding. Alleen thuis zijn kan eenzaam maken. Allemáál zijn we uit ons gewone doen geraakt, en iets van bezorgdheid en angst - ik vermoed dat we ook daar allemaal iets van voelen. Natuurlijk doen we ieder op onze eigen manier onze uiterste best om daar goed mee om te gaan door bijvoorbeeld juist nu met elkaar contacten te leggen. Het gebeurt hier en daar buitengewoon creatief, en met grote zorgvuldigheid en liefde - wat fijn dat het zo kan zijn!  Maar we voelen ook de beperking - soms lijkt het gewoon niet genoeg. Als je dan zo’n verhaal uit het evangelie leest bekruipt misschien het gevoel dat Jezus heel zeker van zijn zaak is. Direct horen we het hem zeggen: “Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de zoon van God geëerd kan worden.” Was het bij ons maar zo dat we zeker waren van een goede afloop! 
 Toch gaat het ook in het evangelie niet zo maar goed. Want eenmaal - op de derde dag (!) - aangekomen in Betanië is Lazarus wel degelijk gestorven en zelfs begraven. Jezus ontkent het niet. Hij loopt niet weg van de emoties en de ellende van de bittere waarheid in het dorp, integendeel. Hij huilt met de huilenden, is geërgerd over, maar ook mét hen die boos zijn. Hij verbindt zich met zijn mensen, gaat samen met hen de diepte in, ook letterlijk, als hij het graf open wil zien. Marta schrééuwt het uit: “Maar Heer, de stank!”  - toch gaat Jezus door.  Het is langs die weg dat hij laat hij zien hoe Gods liefde ook tot in het graf rijkt, hoe de Levende zelfs Lazarus kan aanraken. De dood krijgt niet het laatste woord.  Jezus handelt vanuit een fundament in zijn leven waarmee hij ook deze chaotische situatie aankan. “Gods grootheid” noemt hij dat. Een diep vertrouwen en een innerlijke verbondenheid met de Eeuwige die Schepper en Heer is van alles. Het is alsof hij zichtbaar en tastbaar maakt wat de apostel Paulus later zal zeggen: “Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus?… Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer” ( Rom 8: 35-39) Hoe gaan we om met alle chaos die over ons heen dendert? We nemen de duisternis, het gevoel van angst dat ons soms bekruipt, het verdriet en het gemis volstrekt serieus. Maar we mogen daarín vasthouden aan de boodschap van liefde die ons gegeven wordt in dit verhaal: Christus is nabij, ook al weten wij ons misschien als Lazarus als het ware aan handen en voeten gebonden 
door berichten van dood en angst. Gods grootheid wordt zichtbaar, daar waar we in het midden van de chaos de weg naar het leven in het oog houden. In het verhaal van Lazarus schijnt als het ware het licht van Pasen al door. Dat licht, wat staat voor Gods liefde die tot over de grenzen van ziekte en dood rijkt, mag ons een fundament zijn, een krachtbron voor ons leven hier en nu. Zo kunnen we er zijn voor elkaar: ver weg op plaatsen in deze wereld waar de nood nog veel groter is, dichtbij in eigen huis en gezin of noodgedwongen op afstand tot onze geliefden. 


Gebed Bij U mogen we ons geborgen weten, Heer onze God-  in alles wat aan onrust, bezorgdheid en zelfs angst op ons afkomt;
 in alles wat ons uitdaagt: er juist nu te zijn voor de mensen die ons gegeven zijn; in alles waar we ons ontoereikend weten - niet meer in staat onze geliefden vast te houden en te bemoedigen.  Aan uw liefde vertrouwen we onszelf en wie onze naasten zijn toe- Heer, ontferm u. We bidden u voor de mensen die ziek zijn geworden - en voor wie rouwen om het overlijden van  geliefden. Om de kracht van uw liefde bidden we voor de mensen die in de ‘frontlinie’ en op vitale plekken in onze samenleving, en voor degenen die vooral moeten wachten. Voor wie leven met bezorgdheid en angst,  voor anderen en zichzelf. Voor wie het moeilijk vinden om thuis in harmonie te leven, of een geliefde niet te kunnen bezoeken. Voor wie de eenzaamheid nu scherp voelt.
 We bidden ook voor wat aan onze aandacht dreigt te ontsnappen, de mensen in vluchtelingenkampen en sloppenwijken, mensen die onder dictatuur moeten leven. Heer, ontferm u. Wees ons nabij,  dat we ontdekken mogen hoe we uw gemeente kunnen zijn, juist nu. Maak ons tot instrument van uw liefde, leer ons hoe we elkaar bereiken kunnen en afstanden kunnen overbruggen. Heer, ontferm u.
We bidden u met de woorden die Jezus ons leerde: Onze Vader…. 

Gezang 760
1. Gij zijt de zin van wat wij zijn, de hartsfontein die water geeft dat leven is voor al wat leeft.
2. Gij gaat in ’t donker voor ons uit en niemand stuit uw grote gang de eeuwen door, ene wereld lang.
3. Al dwalen w’ook ten dode af tot over ’t graf, voorgoed zijt Gij ons met uw tederheid nabij. 
4. Wij keren allen tot u weer, beminde Heer en grote God. Hoe liefelijk is dan ons lot
5. Als alles nieuw wordt voor ons oog, de hemel hoog, de aarde wijd glanzen van onvergank’lijkheid
6. Als in het vorstelijke licht voor uw gezicht wij blinkend staan met witte waarheid aangedaan.  

tekst      : Jan Willem Schulte Nordholt
melodie   : Jan van Biezen
terug
 
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.