PKN
Hervormde Gemeente Haren-Onnen
 
Goede Vrijdag 11 april 2020 Goede Vrijdag 11 april 2020
Voor de Goede Vrijdag maakten we een video-opname, die u kunt zien door naar onze website te gaan: www.dorpskerkharen.nl .

Voor wie het lastig vindt de tekst goed te verstaan of niet over een internetverbinding beschikt stellen we u via dit Pastoraal Bericht de tekst beschikbaar die in deze opname is uitgesproken. Namens alle mensen die aan dit project meewerkten wensen we u inspirerende dagen toe in deze, wel heel bijzondere, Stille Week.  Arlette Toornstra.



Welkom op Goede Vrijdag in de Dorpskerk!

Ieder jaar opnieuw is het me eigenlijk te machtig - deze steen des aanstoots, deze dag, dit verhaal: De dood van een mens aan het kruis.
Aanstootgevend is het, een man in wie wij Gods Zoon herkennen, doodgemarteld in een openbare executie; door al zijn mensen, en zelfs door God verlaten. Ieder jaar opnieuw vertellen we elkaar dit verhaal van de kruisdood van Christus. Hoe is dit mijn heil? Hoe kan ik hier vrede mee vinden?
De eeuwen door hebben mensen woorden gezocht om er nog iets van te begrijpen. Ze namen grote woorden in de mond van verzoening en offer, van rechtvaardigheid Gods die deze onrechtvaardigheid van mensen nodig zou hebben… Steeds opnieuw werd het geprobeerd, woorden te vinden voor wat niet in woorden past - maar steeds opnieuw blijken onze woorden ontoereikend en ontsnapt de waarheid van het kruis aan de waarheid van ons geloof.
Iedere generatie opnieuw stamelt slechts met halve waarheden en niet te vatten tegenstrijdigheden…Is dit wel in woorden te vatten? Is dit niet ons grote ‘waarom?’ bij uitstek, dat ‘waarom?’ waar geen antwoord op is?

En toch. Kunnen wij zonder dit verhaal? In de werkelijkheid van onze wereldwaar mensen gemarteld worden, kinderen gedood, waar zieken naar adem snakken en een wereld in de greep is van een virus, in een werkelijkheid waarin het verdriet soms te groot is om te dragen - kunnen wij zonder dit verhaal?
Op het moment van uiterste nood schreeuwt Jezus: “God, mijn God, waarom hebt ge mij verlaten?” Is het niet zo dat zolang deze hartenkreet nog klinkt op de lippen van mensen dit verhaal van de weg van Jezus verteld moet worden? De weg door onze diepste duisternis, dat belijden wij, gaan we niet zonder Christus die ons God tegenwoordig stelde. Dat is geen antwoord op onze vragen, geen oplossing voor onze dilemma’s – hier past geen dogma of geloofswaarheid. Hier past slechts een gebed om erbarmen Hoe stil het ook is, hoezeer zelfs God lijkt te zwijgen – de Donkere Nacht van Gods afwezigheid is nooit meer zonder God, sinds Christus de weg van het offer is gegaan…
Is dat te begrijpen? Nee, het is te hopen, het is misschien, soms, te geloven. Het is te aanvaarden als het ultieme geschenk wat God aan mensen gegeven heeft. Amen.

zingen: gez 561
We lezen Mat. 27: 27-56

Gebed voor Goede Vrijdag

Heer onze God
Deze dag - dat we uw lijden en sterven gedenken
bidden we u in een tijd van crisis.
Ongrijpbaar en angstaanjagend is het virus dat rondwaart in de wereld.
Kwetsbaar weten we ons ineens, allen - onzeker over hoe nu verder, en stel nou dat en wat als straks…
Voor wie ziek geworden zijn, soms zo ernstig - die naar adem snakken om uw nabijheid en troost - om genezing.
Voor wie gaan sterven soms alleen dat ze zich toch verbonden weten met die hen lief zijn, dat ze uw liefde als nabij ervaren.
Voor wie zorgen en waken: verplegers, artsen, hulpverleners - voor familieleden en vrienden die machteloos er omheen staan - Heer, geef hen moed en kracht om door te gaan.
Voor wie – juist in deze weken – alleen zijn en zich eenzaam voelen.
Voor wie samen thuis zijn en dat soms ook moeilijk vinden. Om uw nabijheid bidden we.
Voor een wereld in de greep van een virus –
Voor mensen, verstoken van hulp, in vluchtelingenkampen, sloppenwijken, dictatuursregimes…Heer, we bidden om uitkomst.
Voor een samenleving die min of meer stil komt te staan. Schenk ons wijsheid en kracht om elkaar vast te houden en de weg naar de toekomst samen te vinden.
We bidden u: Heer, ontferm u.

Deze dag - dat we uw lijden en sterven gedenken bidden we u voor de kerk, het lichaam van Christus, wereldwijd verspreid. Om volharding in het geloof, en moed de weg te gaan.
Voor wie geloof kwijtraakte door wat het leven bracht door wat de mensen zeiden of deden door de weg die zij te gaan hadden… Heer, laat uw liefde klinken waar geloof moet zwijgen.
Heer ontferm u
Stil gebed…
Onze Vader



Zegenbede

In uw handen leggen wij ons leven, Heer.
Behoed en beziel ons met liefde opdat liefde zich uitstrekt tot de einden der aarde,
tot aan het einde van de tijd
Amen

 
 
Witte Donderdag 9 april 2020 Witte Donderdag 9 april 2020
Witte Donderdag : Ds. A.Toornstra  zie uitzendingen.

Voor de Witte Donderdag maakten we een video-opname, die u kunt zien door naar onze website te gaan: www.dorpskerkharen.nl.  Voor wie het lastig vindt de tekst goed te verstaan of niet over een internetverbinding beschikt stellen we u via dit Pastoraal Bericht de tekst beschikbaar die in deze opname is uitgesproken. Namens alle mensen die aan dit project meewerkten wensen we u inspirerende dagen toe in deze, wel heel bijzondere, Stille Week.  Arlette Toornstra.  
 
Geliefde mensen van God, 
 
Deze avond van Witte Donderdag denken we terug aan een avond in Jeruzalem waarop Jezus voor de laatste keer met zijn vrienden Pesach vierde - het Joodse Paasfeest. Het is tegelijk de eerste keer dat hij het Heilig Avondmaal viert met de Christelijke kerk.  Pesach-avond is een avond vol rituelen - in wat op tafel staat, wat gedaan,  gezegd en gezongen wordt komt het verhaal tot leven -een verhaal van bevrijding uit Doodsland Egypte, de  doortocht door de zee, de tocht door de woestijn, en uiteindelijk de verbondsviering bij de Horeb. De tafelgenoten geven vier keer een beker wijn rond. Die bekers hebben allemaal een naam, afgeleid uit een tekstje uit Exodus 6, waar God aan Mozes  vertelt wat Hij zal doen: Hij zal zijn volk onder de last van de slavernij  doen uittrekken, hij zal hen bevrijden,  hen verlossen en uiteindelijk zal hij hen als zijn eigen volk aannemen. Samen vertellen deze vier bekers over de bevrijdingsweg die God met zijn volk ging. Na de maaltijd is er nog een vijfde beker: dat is een beker die vertelt over de toekomst, de messiaanse toekomst. Aan de hand van deze vijf bekers vieren wij vanavond onze Witte Donderdag.   
 
[De eerste beker wordt ingeschonken] De eerste beker mag heten: “Doen Uittrekken”. 
 
Deze beker staat voor jou ingeschonken. Pesach vieren is meer dan  alleen met elkaar een geschiedenis na vertellen. Ieder jaar komt het verhaal als het ware opnieuw tot leven, doordat de tafelgenoten zich afvragen: op welke manier gaat deze bevrijdingsgeschiedenis over míj? Wat betekent het voor mijn eigen leven hier en nu dat ik bevrijd word? Wat houdt mij, hier en nu gebonden? Zo komt een gedachtenis tot leven. Ook wij, in de Christelijke traditie vieren het Heilig Avondmaal als een gedachtenis aan wat ooit gebeurde - de weg die Jezus ging in het Jeruzalem van 2000 jaar geleden. Maar ook voor ons is het méér dan dat. Christenen werden al lang geleden “Mensen van de weg” genoemd - leven als gelovige betékent een weg gaan,  een bevrijdingsweg. Op de geloofsweg mogen we leren steeds meer in Gods nabijheid te leven. Jij mag steeds meer de mens worden die God bedoelde toen hij jou schiep. Zo mogen ook wij ons afvragen  wat het voor óns  nu betekent, om met Christus het feest van bevrijding te vieren. Wat betekent het voor jou, dat jij mag leven voor Gods aangezicht als een vrij mens? Waar ben je? Wat houdt jou, op dit moment in je leven gevangen? Welke belemmeringen zijn er voor jou om voluit, vrij-uit de weg van God te gaan? In het Mattheus evangelie stuurt Jezus een paar van zijn leerlingen er op uit: Ga naar de stad, zegt hij, zoek een plaats om te vieren en vertel degene die jullie ontvangt: De meester zegt: Mijn tijd is nabij, bij jóu wil ik het Pesachmaal vieren. Dat wordt ook ons vanavond gezegd: met jóu wil de Heer Pesach vieren, met jóu wil hij Zijn weg van bevrijding gaan.  
 
[De tweede beker wordt ingeschonken] 
De naam van de tweede beker is  “bevrijden”  
 
Eenmaal aan tafel is er gemor tussen de leerlingen. Want Jezus waarschuwt hen -deze nacht zal één van jullie mij verraden.  Een bevrijdingsweg gaat niet zonder weerstand, weerstand van buiten af, maar ook weerstand van binnen uit. Want dat Koninkrijk van God waar Jezus het over heeft vraagt niets minder dan onze volledige toewijding. Dit is wat hij zijn leerlingen onderwezen heeft, de afgelopen jaren: als je mij wilt volgen - wees dan bereid alles achter je te laten. Maak je los van wat jou in een oud leven gebonden houdt: banden van je familie en hun verwachtingen, maar ook de banden die gevormd kunnen worden door wat jij als jouw bezit beschouwt. In wezen gaat het om alles waarmee jij je rijk rekent, en waarin je meer op jezelf dan op God vertrouwt…Dat mag je gerust heel breed maken- Je laat zekerheden achter, dingen waarvan je overtuigd bent.  Dat is niet zo simpel. Wie van ons is zo’n geloofsheld dat hij dit zonder aarzelen zou kunnen doen? Als Jezus aan zijn leerlingen voorspelt dat één van hen zal afhaken, verraad zal plegen aan de weg die ze gaan, op dat moment vragen álle leerlingen zich af: “Ben ik het Heer?” Blijkbaar achten ze zich allen in staat te struikelen. Allemaal kennen ze momenten van aarzeling, twijfel en ongeloof. Momenten dat eigenbelang en zelfbehoud belangrijker zijn dan dat Koninkrijk van God. Allemaal zeggen ze: “Ben ik het Heer?” Maar de weg van God is niet alleen voor die uitzonderlijke mensen die nooit fouten maken. Sterker nog: op de geloofsweg gáát het er juist om dat je bevrijd mag raken van wat in jou scheef gegroeid is. Door wat je meegekregen hebt aan pijn en verdriet, door wat je hebt opgelopen aan butsen en deuken in het leven. De bevrijding waar het hier over gaat is dikwijls ook iets van genezing. Werkelijke genezing is pas mogelijk als je weet waar jij genezing nodig hebt. Je kunt weer gaan zien als je weet dat je blind bent, je kunt pas weer gaan lopen als je weet dat je verlamd geraakt was. Jíj wordt uitgenodigd om dit pad te volgen…  
 
[de derde beker wordt ingeschonken] Deze beker heet “ verlossen”. 
 
In Jeruzalem zit Judas óók aan tafel. Nog voordat hij de kamer verlaat om de hogepriesters te vertellen waar ze Jezus zouden kunnen vinden, vertelt Jezus hem dat hij wéét dat hij uitgeleverd zal worden. De weg van God gaat de diepte door. In het Pesach-verhaal is dat heel sprekend de diepte van de zee. De zee, die in de Bijbel altijd weer staat voor chaos en dood. De weg van bevrijding is geen eenvoudige weg. Hij lijkt in de Exodusgeschiedenis in eerste instantie helemaal verkeerd af te lopen - het volk verdwaalt, de mensen komen klem te zitten tussen de Farao achter hen, die hen achtervolgt en de zee voor hen uit. Pas als ze het aandurven die diepte ín te gaan blijkt dat God een weg hééft gemaakt, dwars door de zee  heen. De geloofsweg met God gaan…soms is er een stuk van de weg waarvan je denkt: hier is geen doorkomen aan! Soms is er zoveel chaos dat je het pad niet ziet. Soms dreigt de dood met zijn grimmige gezicht van ziekte en verlies en verdriet. En soms is daar ook het besef van eigen falen, van schuld.  Ook Judas zit aan tafel. En even verderop in de geschiedenis weet Jezus  aan ál zijn vrienden te zeggen dat ze hem in de steek zullen laten.  Jezus gaat een weg voor ons uit, alleen het doodsland door.  Zo laat hij zien dat het de Eeuwige zelf is die ons verlost Jouw falen wordt opgenomen in de liefde van God, jouw onvermogen mag verzoend zijn.  
 
[De vierde beker wordt ingeschonken] 
 
De vierde beker heet “ Nemen”. 
De naam verwijst naar het vervolg van de uittochtsgeschiedenis, naar de Horeb waar God voor de eerste keer een verbond sloot met zijn volk. Die avond, in Jeruzalem, sluit Christus een nieuw verbond met ons. Ik houd jou vast, zegt hij, ik ga met jou in mijn hart de diepte door. En waar ik sterf - daar mag jij je fouten loslaten; je onmacht, je onvermogen, alles wat je gevangen houdt - je mag het als een oud leven afleggen. Ik houd jou vast, zegt Christus. Met mij sterf je, met mij mag je opstaan tot een nieuw leven. 
 
zingen: 575:1,4,6 
 
We bidden het avondgebed uit de Lutherse traditie: 
 
Heer blijf bij ons, want het is avond en de nacht zal komen. Blijf bij ons en bij uw ganse kerk, aan de avond van de dag, aan de avond van het leven aan de avond van de wereld. Blijf bij ons met uw genade en goedheid, met uw troost en zegen, met uw Woord en sacrament. Blijf bij ons wanneer over ons komt de nacht van beproeving en van angst, de nacht van twijfel en aanvechting, de nacht van de strenge, bittere dood. Blijf bij ons in leven en in sterven, in tijd en eeuwigheid. Amen.  
 
[de vijfde beker wordt ingeschonken]  En dan is er nog die vijfde beker. Ook die heeft een naam: “ Doen binnengaan”  heet die. Er is altijd discussie over geweest: mag je deze beker wel drinken? Want - onze wereld ís nog niet bevrijd. Kijk maar om je heen, naar wat er te zien is aan onrecht en onmacht… juist deze weken, in de crisissfeer waarin we leven, voelen we dat heel scherp. Die beker is de beker van de toekomst, zo zegt de Joodse uitlegtraditie, deze beker is de messiaanse beker. De Christelijke kerk neemt hier een andere afslag. Wij belijden dat deze beker gedronken is door Christus zelf - Hij ging de weg voor ons uit, de diepte door. Alleen zo kan hij ons laten zien dat de dood overwonnen is. Definitief heeft de Dood zijn macht over ons verloren.  Wij leven uit de waarheid van Pasen. Ook als we gedenken, vandaag en morgen - hoe zwaar de weg is geweest die Jezus is gegaan, we doen dat met in ons hart het volledige besef dat het Paaslicht al is aangestoken in onze wereld. Jezus zelf nam de vijfde beker, en dronk die tot op de bodem leeg - opdat wij in ónze bitterheid, in óns verdriet en ónze onmacht altijd mogen weten dat Hij ons nabij is - dat de dood is overwonnen. 
 
We lezen het verhaal van de Vijfde Beker in Mattheüs 26: 36-46
 
Overdenking bij Palmpasen. Overdenking bij Palmpasen.
Palmzondag is het vandaag, de zondag waarmee we de Stille Week intrekken. Het is een zondag waarop de kinderen meestal een hoofdrol hebben. Zij zijn dan druk om een mooie palmpasenstok te maken, en normaal gesproken dansen ze aan het einde van de dienst door de kerk met hun kunstwerkjes. Vandaag kan dat niet - maar er is al wel een mooie stok gemaakt als voorbeeld voor jullie. Misschien vind je het leuk thuis zo’n stok te versieren, straks, en het is misschien ook een goed idee met elkaar foto’s te delen van de resultaten! ( die foto’s komen ook op onze website te staan) 
 
We komen vandaag, vanuit het huis van onze gemeente, de kerk, rechtstreeks bij u thuis, de huiskamer in. De Corona-crisis zet veel van onze vanzelfsprekendheden op zijn kop,dat geldt zelfs voor het woord; “thuis.”  Het woord “thuis” heeft voor velen van ons een iets andere betekenis gekregen, de afgelopen weken. Het is nu ook de plaats geworden waar je werkt - of dat dan toch probéért te doen, terwijl ook je kinderen de nodige aandacht vragen. Thuis is de plaats waar je nu - misschien meer dan anders - op jezelf teruggeworpen bent. Of “thuis” is beperkt tot die ene kamer in het verzorgingshuis, waar je zelfs niet meer uit kunt, uit angst besmet te raken of anderen te besmetten.  Niet iedereen hééft een veilig thuis - berichten daarover worden ons in de media verteld en die zetten ons aan het denken: wat als je er nu extra spanning is tussen huisgenoten, nu je zo lang dicht op elkaar leeft? En hoe gaat het met daklozen bijvoorbeeld? Of: met die enorme groepen mensen in onze wereld die huis en haard verlieten omdat er oorlog is? Zij die noodgedwongen op elkaar gepakt leven in vluchtelingekampen? 
 
In het Jeruzalem van de tijd van Jezus is het Huis van God het centrum. In het evangelie dat bij deze zondag hoort lezen we hoe Jezus op een ezel Jeruzalem binnentrekt,  en daar dat Godshuis, die tempel op zijn kop zet.  
 
 
Laten we het stukje lezen uit Mattheus 21, vanaf vers 10 
 
10 Toen hij Jeruzalem binnenging,  raakte de hele stad in rep en roer.  ‘Wie is die man?’ wilde men weten.  11 Uit de menigte werd geantwoord:  ‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret in Galilea.’  12 Jezus ging de tempel binnen,  hij joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht, gooide de tafels van de geldwisselaars  en de stoelen van de duivenverkopers omver  13 en riep hun toe:  ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn, maar jullie maken er een rovershol van!’ 
14 Toen kwamen er in de tempel blinden en verlamden  naar hem toe, en hij genas hen.  15 De hogepriesters en de schriftgeleerden zagen  Welke wonderen hij verrichtte  en hoorden de kinderen in de tempel ‘Hosanna voor de Zoon van David!’ roepen, en ze waren hoogst verontwaardigd.  16 Ze gingen hem vragen: ‘Hoort u wat ze zeggen?’  En Jezus antwoordde hun:  ‘Jazeker! Hebt u dan nooit gelezen:  “Door de mond van kinderen en zuigelingen  hebt u zich een loflied laten zingen”?’  
 
De tempel is het Huis van God, en voor de mensen toen is deze tempel het religieuze hart van hun bestaan.
En dáár komt Jezus met een boodschap die alles op stelten zet: “Jullie hebben er een rovershol van gemaakt!” Het zal je maar gezegd worden! Stel het je maar voor dat dit van jouw huis, of zelfs maar van jouw kerk gezegd zou worden. Jezus zoekt de confrontatie. Kennelijk vindt hij het nodig om de mensen  uit hun gewone doen wakker te schudden. Kennelijk vind hij het belangrijk om echt heel goed zichtbaar te maken dat zíjn idee over Gods nabijheid een heel andere is dan die in de tempel van zijn tijd gewoon 
geworden was. Hij draait alles om. De tafels en stalletjes van de handelaren, maar ook de vanzelfsprekendheden van de priesters en de wetsgeleerden, de hoge heren van dit huis. Het zijn ineens kinderen die het loflied mogen gaan zingen:
Hosanna voor de zoon van David.   
 
Te midden van al dat tumult gaat de zorg voor Jezus voor wie kwetsbaar is gewoon door Er staat er dat blinden en verlamden naar hem toe kwamen, en dat hij hen geneest. Dat is meer dan zomaar een mededeling, zo van: dit is wat Jezus altijd en overal deed. 
Het is een citaat uit het Eerste Testament.  De mensen rondom Jezus,en de lezers van het evangelie dat Matheus vertelt zijn zeer vertrouwd met de verhalen uit het Eerste Testament. Als Jezus op een ezel de stad inkomt herkennen ze de profetie van Zacharia: je koning is in aantocht,  hij komt op een ezel, het jong van een ezelin… Als hij zich vervolgens zo opwindt over hoe het er in de tempel aan toe gaat herkennen ze woorden van  de profeet Jesaja: Mijn huis moet een huis van gebed zijn! En als Matheus  dan iets zegt   over de lammen en de blinden van Jeruzalem komt er óók een verhaal boven. Er is een verhaal over de tijd dat een nog jonge koning David deze stad veroverde op de Jebusieten.
De stadsbewoners van toen dreven de spot  met de ambities van die vreemde koning. Ze riepen: “lammen en blinden zullen je nog verjagen!” 
Als de stad dan toch veroverd is geeft David antwoord: ik verácht die zogenaamde lammen en blinden van jullie - die zullen de stad niet binnenkomen!  In de tijd van Jezus zijn er religieuze groepen die dáárom menen te kunnen beweren dat lamme en blinde mensen niet in de tempel welkom zijn. Maar zo denkt Jezus er niet over. Als hij - de grote zoon van David - naar Jeruzalem komt maakt hij júist plaats voor hen. Sterker nog: hij geneest hen. Blinde mensen mogen leren opnieuw te kijken. Verlamde mensen kunnen weer uit de voeten. In het Huis van God, zoals Christus het ons laat zien zijn álle mensen thuis - In dit huis van God vinden ze genezing - voortaan hebben ze oog voor waar ze blind voor waren, en ze vinden ze een weg waarlangs hun voeten kunnen gaan. 
 
Deze woorden helpen ons om na te denken over wat er met ons gebeurt in onze  eigen verwarrende tijd.   Het gaat Jezus om een ommekeer. Heel letterlijk veegt hij het Heilige Huis schoon. Zou zoiets ook voor ons kunnen gebeuren? Zo’n pandemie als die met dit virus… zou je het niet ook kunnen zien als iets dat de dingen zó op z’n kop zet dat wij een ander zicht op onze werkelijkheid krijgen? Wat is nu eigenlijk echt het belangrijkste op dit moment? Natuurlijk - onze gezondheid blijkt van levensbelang, dat allereerst. Onze eigen gezondheid, en die van onze naasten. Het is eigenlijk de laatste eeuw zo gewoon geworden - een leven waarin ziekte steeds minder een rol speelt.  Voor de meesten van ons is een gezond leven bijna vanzelfsprekend. Daarom raakt het ons zo dat het maar een dun laagje ijs blijkt te zijn, dat ziekte en dood zo dichtbij blijken te liggen. Maar de huidige crisis leert ons ook de vraag te stellen Wie nou eigenlijk het belangrijkste is… Natuurlijk hebben we enorm veel respect voor de mensen in de frontlinie. Zij die in de zorg aan het werk zijn, en zij die dat werk mogelijk maken - van bestuurders tot organisatoren.  Maar ineens realiseren we ons ook hoe belangrijk de vakkenvuller in onze supermarkt is, en de chauffeur die het voedsel komt brengen, de schoonmakers en de naaisters die mondkapjes maken, en die buurman of buurvrouw die je boodschappen brengt, of die knul van de overburen die je helpt met je internetverbinding… Wie is het belangrijkste? We ontdekken opnieuw, in deze weken, hoezeer we met elkaar verbonden zijn. Dat geldt ook op afstand: Een virus dat we hier in Europa onder controle krijgen, maar bijvoorbeeld in Afrika kan doorwoekeren blijft wereldwijd een bedreiging! En: een economie die flink minder gaat draaien heeft wereldwijd gevolgen. Meer dan ooit beseffen we: we kúnnen niet zonder elkaar. We kúnnen niet in een kleine, afgesloten bubbel van veiligheid en welvaart en gezondheid leven. Deze crisis daagt ons meer dan ooit uit om dat te beseffen en daarnaar te handelen. We weten méér dan ooit dat we als mensheid alleen maar verder kunnen als we de kwetsbaarste onder ons in bescherming nemen. We vormen één wereld met elkaar.  
 
Jezus opent ogen en zet verlamde mensen op een nieuw pad. Het is een daad van bevrijding. Dat kan het ook voor ons zijn. Een bevrijdende daad die ons opnieuw naar onze werkelijkheid leert kijken.  In de stad van God, in het Heilige Huis van de Eeuwige is plaats voor ieder: de lamme, de blinde, Het kind dat Hosanna roept, maar ook de man of vrouw die het moeilijk vindt dat er dingen veranderen. Er is 
plaats voor jou en mij, voor ieder van ons, en alles wat wij met ons meedragen. We zijn welkom, ook met alles wat we meezeulen aan bezorgdheid en onmacht, daar waar we ons overweldigd voelen door wat op ons afkomt. Gods liefde draait alles om, ook ons. Gods liefde opent onze ogen, zodat we oog kunnen hebben voor elkaar. Gods liefde geneest onze voeten, zodat we de moed vinden om nieuwe wegen te gaan, met elkaar verbonden, met de mensen van dichtbij, en die op grote afstand. We leven vanuit het geloof dat onze wereld niet alleen door God gegeven is, maar ook nu in Zijn handen is - we mogen ons toevertrouwen aan Gods eigen droom, een wereld vol recht en gerechtigheid, waarin plaats is voor ieder van ons, in onze kracht én in onze kwetsbaarheid. Amen.  
 
We beginnen onze gebeden met een lied uit Taizé. lied 16b 
 
Laten we samen bidden.  Heer onze God, behoed ons, o God,  voor wat ons verlammen kan, onze angst en bezorgdheid voor wat zo onverhoeds op ons afkomt  en onze samenleving zo ontwricht. Behoed ons ervoor dat we wegschuilen in een eigen wereld waarin we geen oog meer hebben voor mensen om ons heen, dichtbij of ver weg. Wijs ons de weg om ook nu, juist nu, te zoeken naar de waarheid van Uw Koninkrijk. 
 
We bidden u voor allen die verantwoordelijkheid dragen waar veel anderen afhankelijk zijn. Voor wie wil helpen, maar door wat dan ook niet kan doen wat hij, wat zij zo graag zou willen. 
Voor wie zich alleen voelt, juist nu. Voor wie niet in staat is contact te maken- voor wie de bezorgdheid een last wordt, of voor wie zich overbelast voelt raken. Voor mensen in schier  uitzichtloze situaties - de mensen in vluchtelingenkampen, de mensen in overvolle wijken. Voor wie angstig is om wat de toekomst brengt.
In slapeloze nachten, Heer - mag uw licht ervaren worden.  
 
In stilte brengen we voor u wat in ons hart leeft. 
 
Bidden we samen het gebed dat Jezus ons leerde. Onze Vader  
 
 
Zingen lied 550 
 
We mogen elkaar groeten, en ieder op onze weg de zegen van God met ons meedragen opdat we voor anderen tot een zegen kunnen zijn: 
 
 
DE HEER ZAL JE ZEGENEN EN JE BEHOEDEN DE HEER ZAL JE ZIJN STRALEND GELAAT TOEWENDEN EN JE GENADIG ZIJN. DE HEER ZAL ZIJN BLIK OP JE GERICHT HOUDEN EN HIJ GEEFT JE VREDE. Amen 
 
Overdenking 29 maart 2020 Overdenking 29 maart 2020
Zondag Judica, 29 maart 2020        
door ds. Arlette Toornstra

Geliefde mensen van God, 

Het Johannesevangelie start de lijdensgeschiedenis met het verhaal  over de opwekking van Lazarus in het dorp Betanië, vlak bij Jeruzalem ( Joh 11). Lazarus is de broer van Marta en Maria. Het gaat om een huis waar hij graag kwam, en mensen met wie hij op vertrouwelijke voet omging. Maar op het moment dat ziekte en dood Lazarus treffen is Jezus op afstand, en kan hij niet snel bij hem zijn. Sterker nog: het lijkt er op dat hij absoluut geen haast maakt om bij zijn dierbaren te komen, pas na twee dagen is hij in de buurt. Het is de moeite waard het verhaal eens rustig door te lezen, de beschrijving roept een beeld op van een dorp in rep en roer. De leerlingen rondom Jezus maken zich vooral zorgen om de veiligheid van Jezus en van hen zelf. Aangekomen in het dorp treffen ze de gemeenschap daar in groot verdriet, want inmiddels is Lazarus gestorven. Marta loopt met haar ziel onder de arm Jezus tegemoet, en probeert in haar verdriet vast te houden aan haar geloofsvertrouwen. Bij het huis van de familie verzamelt zich een drom condoleancebezoekers - ongetwijfeld oprecht belangstellend en meelevend, maar ook - hoe herkenbaar! - gemotiveerd door een zekere nieuwsgierigheid. Ze lopen achter Maria aan Jezus tegemoet en ventileren hun betrokkenheid, maar ook hun boosheid.  Er is sprake van veel emoties: bezorgdheid, angst zelfs bij de leerlingen, maar ook van verdriet en verontwaardiging bij omstanders. Ook Jezus is ontroerd, hij huilt en maakt zich kwaad.  Het beeld van een gemeenschap in rep en roer omdat ziekte en dood hen treft is op dit moment voor velen van ons invoelbaar. Onze omstandigheden zijn onderling verschillend. Sommigen van ons zijn juist nu heel hard aan het werk in de zorg of andere ‘vitale beroepen’. Velen zijn thuis dicht bij elkaar - gezinsleden die op elkaar worden teruggeworpen, met de mooie, maar natuurlijk ook de lastige kanten daarvan. Anderen moeten juist afstand houden tot wie hen het meest dierbaar zijn - een partner, een ouder of een kind, en voelen de zorg, het piekeren, het verdriet van een gedwongen scheiding. Alleen thuis zijn kan eenzaam maken. Allemáál zijn we uit ons gewone doen geraakt, en iets van bezorgdheid en angst - ik vermoed dat we ook daar allemaal iets van voelen. Natuurlijk doen we ieder op onze eigen manier onze uiterste best om daar goed mee om te gaan door bijvoorbeeld juist nu met elkaar contacten te leggen. Het gebeurt hier en daar buitengewoon creatief, en met grote zorgvuldigheid en liefde - wat fijn dat het zo kan zijn!  Maar we voelen ook de beperking - soms lijkt het gewoon niet genoeg. Als je dan zo’n verhaal uit het evangelie leest bekruipt misschien het gevoel dat Jezus heel zeker van zijn zaak is. Direct horen we het hem zeggen: “Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de zoon van God geëerd kan worden.” Was het bij ons maar zo dat we zeker waren van een goede afloop! 
 Toch gaat het ook in het evangelie niet zo maar goed. Want eenmaal - op de derde dag (!) - aangekomen in Betanië is Lazarus wel degelijk gestorven en zelfs begraven. Jezus ontkent het niet. Hij loopt niet weg van de emoties en de ellende van de bittere waarheid in het dorp, integendeel. Hij huilt met de huilenden, is geërgerd over, maar ook mét hen die boos zijn. Hij verbindt zich met zijn mensen, gaat samen met hen de diepte in, ook letterlijk, als hij het graf open wil zien. Marta schrééuwt het uit: “Maar Heer, de stank!”  - toch gaat Jezus door.  Het is langs die weg dat hij laat hij zien hoe Gods liefde ook tot in het graf rijkt, hoe de Levende zelfs Lazarus kan aanraken. De dood krijgt niet het laatste woord.  Jezus handelt vanuit een fundament in zijn leven waarmee hij ook deze chaotische situatie aankan. “Gods grootheid” noemt hij dat. Een diep vertrouwen en een innerlijke verbondenheid met de Eeuwige die Schepper en Heer is van alles. Het is alsof hij zichtbaar en tastbaar maakt wat de apostel Paulus later zal zeggen: “Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus?… Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer” ( Rom 8: 35-39) Hoe gaan we om met alle chaos die over ons heen dendert? We nemen de duisternis, het gevoel van angst dat ons soms bekruipt, het verdriet en het gemis volstrekt serieus. Maar we mogen daarín vasthouden aan de boodschap van liefde die ons gegeven wordt in dit verhaal: Christus is nabij, ook al weten wij ons misschien als Lazarus als het ware aan handen en voeten gebonden 
door berichten van dood en angst. Gods grootheid wordt zichtbaar, daar waar we in het midden van de chaos de weg naar het leven in het oog houden. In het verhaal van Lazarus schijnt als het ware het licht van Pasen al door. Dat licht, wat staat voor Gods liefde die tot over de grenzen van ziekte en dood rijkt, mag ons een fundament zijn, een krachtbron voor ons leven hier en nu. Zo kunnen we er zijn voor elkaar: ver weg op plaatsen in deze wereld waar de nood nog veel groter is, dichtbij in eigen huis en gezin of noodgedwongen op afstand tot onze geliefden. 


Gebed Bij U mogen we ons geborgen weten, Heer onze God-  in alles wat aan onrust, bezorgdheid en zelfs angst op ons afkomt;
 in alles wat ons uitdaagt: er juist nu te zijn voor de mensen die ons gegeven zijn; in alles waar we ons ontoereikend weten - niet meer in staat onze geliefden vast te houden en te bemoedigen.  Aan uw liefde vertrouwen we onszelf en wie onze naasten zijn toe- Heer, ontferm u. We bidden u voor de mensen die ziek zijn geworden - en voor wie rouwen om het overlijden van  geliefden. Om de kracht van uw liefde bidden we voor de mensen die in de ‘frontlinie’ en op vitale plekken in onze samenleving, en voor degenen die vooral moeten wachten. Voor wie leven met bezorgdheid en angst,  voor anderen en zichzelf. Voor wie het moeilijk vinden om thuis in harmonie te leven, of een geliefde niet te kunnen bezoeken. Voor wie de eenzaamheid nu scherp voelt.
 We bidden ook voor wat aan onze aandacht dreigt te ontsnappen, de mensen in vluchtelingenkampen en sloppenwijken, mensen die onder dictatuur moeten leven. Heer, ontferm u. Wees ons nabij,  dat we ontdekken mogen hoe we uw gemeente kunnen zijn, juist nu. Maak ons tot instrument van uw liefde, leer ons hoe we elkaar bereiken kunnen en afstanden kunnen overbruggen. Heer, ontferm u.
We bidden u met de woorden die Jezus ons leerde: Onze Vader…. 

Gezang 760
1. Gij zijt de zin van wat wij zijn, de hartsfontein die water geeft dat leven is voor al wat leeft.
2. Gij gaat in ’t donker voor ons uit en niemand stuit uw grote gang de eeuwen door, ene wereld lang.
3. Al dwalen w’ook ten dode af tot over ’t graf, voorgoed zijt Gij ons met uw tederheid nabij. 
4. Wij keren allen tot u weer, beminde Heer en grote God. Hoe liefelijk is dan ons lot
5. Als alles nieuw wordt voor ons oog, de hemel hoog, de aarde wijd glanzen van onvergank’lijkheid
6. Als in het vorstelijke licht voor uw gezicht wij blinkend staan met witte waarheid aangedaan.  

tekst      : Jan Willem Schulte Nordholt
melodie   : Jan van Biezen
 
 
 
Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.